‘Safety Delta Nederland’ (SDN) klinkt al niet meer zo onbekend, maar nu moet het handen en voeten krijgen. Doel is nog steeds dat Nederland straks het land is met de veiligste (petro)chemische industrie ter wereld. Geen kleine opgave, zo op het eerste gezicht.
Paul Buijsingh is de kwartiermaker, die SDN op de kaart zal gaan zetten. Tijd daarom voor een nadere kennismaking.

 

Wie is Paul Buijsingh?

Ik ben getrouwd en heb twee kinderen. Een extreme sporter ben ik niet, maar ik vind het heerlijk te bewegen, samen met anderen, en de wind in de haren te voelen: sporten, wandelen of zeilen met vrienden. Mijn energie haal ik uit contact met mensen.

Ik ben afgestudeerd chemicus en chemisch ingenieur. Ruim twintig jaar ben ik bezig geweest om – in Shell-termen – een ‘manufacturing professional’ te worden. Zo heb ik ‘hands on’-ervaring opgedaan in het ontwikkelen en opereren van complexe chemische fabrieken. Daarbij kwamen alle aspecten van veiligheid langs.
Daarna heb ik een paar jaar, als een ontwikkelingsstap, management consultancy gedaan, en vervolgens werd ik voor Shell de eerste Global Process Safety Manager. Die baan bestond nog niet. Ik moest voor Shell wereldwijd de procesveiligheid bevorderen, was eigenlijk niemands directe baas, maar moest toch invloed uitoefenen. Daar heb ik geleerd hoe belangrijk het bouwen van een goed netwerk dan is, en hoe belangrijk goede structuren zijn.

Hierna werd ik Managing Director van Shell-Moerdijk, en op de tweede dag van mijn aanstelling vond de beruchte explosie plaats. Ook die ervaring neem ik mee naar mijn huidige job. Ik heb aan den lijve ondervonden wat een enorme invloed zo’n incident heeft: op jezelf, maar ook op je mensen, op de omgeving, en op de reputatie van je bedrijf.

Een van de belangrijkste dingen die ik in al die tijd heb geleerd, is dat je zonder hulp geen grote stappen kunt zetten. Dat geldt ook voor veiligheid. Alle bedrijven in Nederland willen veiligheid verbeteren, maar wie het alleen probeert, komt maar langzaam verder.
Verbeteringen worden maar moeizaam geïmplementeerd in het veld, en de replicatie naar andere bedrijven blijft vaak achterwege. Dat is de situatie nu.
Het is mijn ambitie, dat SDN de hulp kan bieden om daar flinke vooruitgang te boeken.

Hoe zou die hulp er uit moeten zien? Met andere woorden: hoe moet SDN er uitzien?

We moeten de partijen die elkaar nodig hebben aan elkaar koppelen, en focus aanbrengen in de enorme hoeveelheid werk die verzet moet worden. Ordenen en gestructureerd verbinden.

SDN moet het centrale punt in Nederland worden, waar men weet welke programma’s er lopen op veiligheidsgebied, wie daar mee bezig zijn, hoe er samen gewerkt wordt, op welke termijn er resultaten kunnen worden verwacht, en vooral hoe die geïmplementeerd en gerepliceerd kunnen worden. Kortom: SDN als leider van de kennis- en innovatiekalender op veiligheidsgebied. Als dat lukt, ben ik er heilig van overtuigd dat alle bedrijven stappen in procesveiligheid gaan maken.

Wat heb je nodig om dat voor elkaar te krijgen?

We moeten met de juiste personen een goed functionerend netwerk opbouwen. Ik start bij de mensen die ik ken vanuit hun relatie tot bijvoorbeeld het programma Duurzame Veiligheid 2030 (DV2030) of Veiligheid Voorop. Ik heb nu ruim 30 gesprekken gehad. Uiteindelijk gaat het er om die mensen te vinden, die niet alleen enthousiast zijn, maar ook invloed hebben op bestaande structuren en instituten. Op die manier kunnen we genoeg kritische massa bereiken om verder te gaan.

Om die mensen mee te krijgen, is het natuurlijk belangrijk de voordelen ervan te laten zien. Eén voordeel dat mij zelf erg aanspreekt, maar zeker ook anderen, is het economische aspect: ik heb in mijn carrière van dichtbij gezien dat procesveiligheid en economische belangen echt hand in hand gaan. Om incidenten te voorkomen, moet je namelijk erg goed worden. Dan ga je ook echt goed produceren en maak je geen fouten! Dus niet alleen de veiligheid, maar ook de andere aspecten van de bedrijfsvoering  krijgen een boost.

Belangrijk is ook, dat de verschillende partijen werken vanuit een gezamenlijke ambitie, bijvoorbeeld ‘Nooit meer een explosie’, of ‘Nooit meer een sterfgeval in een besloten ruimte’. Vervolgens gaan we kijken welke programma’s opgezet moeten worden om die ambities te bereiken, met welke partijen we dat gaan doen, en wie dat gaat sponsoren.
Nu gaat dat vaak andersom: bedrijf x heeft te maken met een explosie, maar bedrijf y op dat moment niet. Bedrijf x gaat dan het hele veiligheidstraject ontwikkelen, steekt daar geld en energie in, maar heeft niet als prioriteit die kennis te delen. Verder is er ook geen directe vraag van andere partijen omdat die druk zijn met andere zaken.
Maar als we van tevoren overeenstemming hebben over welke ambitie we samen willen bereiken, met bedrijven, maar ook met partijen uit wetenschap en overheid, en als de deelnemers zich daar aan committeren, komt er voldoende energie en daadkracht samen om echt iets voor elkaar te krijgen.

Hoe moet ik me voorstellen dat dat er in de praktijk uitziet?

Stel: een bedrijf wil meewerken aan de ambitie ‘Nooit meer een sterfgeval in een besloten ruimte’. Dan kijken we bij welke bedrijven in die omgeving daar energie voor is. We doen hetzelfde met brzo-omgevingsdiensten en veiligheidsnetwerken. In het ideale geval zit daar ook een kennisinstituut in de buurt dat past bij dat bedrijf, en zo komen we tot 5 à 7 key-spelers binnen een regio, die de krachten bundelen op dat ene onderwerp. Als blijkt dat er kennis is bij bijvoorbeeld een ander kennisinstituut, zorgt de deelnemer uit de wetenschap ervoor dat die kennis ook wordt ingebracht. Of als een brzo-omgevingsdienst in een ander deel van Nederland al een rapport over het onderwerp heeft geschreven, zorgt de brzo-deelnemer voor de inbreng van dat rapport.
En na afloop zorgen de deelnemers dat het resultaat ‘implementeerklaar’ kan worden doorgegeven aan de andere clusters. Dit is natuurlijk een versimpeling van een complexe wereld, maar toch verwacht ik dat we door te starten vanuit een aansprekende ambitie, goede coördinatie en gebruik van bestaande structuren en kennis, dit echt zouden moeten kunnen. Professioneel programmamanagement, dat verder gaat dan alleen het ontwikkelen van een idee, maar dat zeker ook gericht is op implementatie en replicatie, is daarbij voor mij essentieel.

Wanneer is SDN voor jou geslaagd?

Als óf werknemers echt iets merken van de verbeteringen, óf de omgeving. Of allebei natuurlijk. En daarvoor is het belangrijk dat de implementatie in het veld en de replicatie naar andere bedrijven beter gaat lopen. Mijn doel is, dat SDN daar de nodige hulp kan geven, en gevoeld wordt als een ondersteunende kracht. Dat kan zijn op allerlei gebied: om techniek, zoals bij innovaties in artificial intelligence of robotica, of om vragen op gamma-gebied, zoals hoe deelnemers te motiveren en de geboekte vooruitgang voor langere tijd vast te houden. Want dat blijft altijd lastig. Wat dat betreft zie ik ook zeker een rol voor de SDN om er voor te zorgen dat de opleidingen in Nederland het juiste curriculum hebben, om bij te dragen aan de juiste kennis bij alle key-spelers, en daarmee aan een  veiligere (petro)chemie in Nederland.

Waarom is dat zo moeilijk?

Dat heeft te maken met het fundamentele verschil tussen persoonlijke veiligheid, en procesveiligheid. Bij persoonlijke veiligheid let ik op mezelf, of als ik met jou werk, dan letten we op elkaar. Als er iets niet goed dreigt te gaan, kunnen we elkaar direct corrigeren.
Bij procesveiligheid gaat het over vrijwel alle aspecten die met bedrijfsvoering te maken hebben. Negen van de tien keer is het zo, dat als ik een fout maak, de effecten daarvan pas weken, maanden of jaren later duidelijk worden, en dat ook nog eens bij iemand anders. Dat maakt het managen van procesveiligheid vele malen complexer, zeker ook omdat het speelveld waarbinnen mensen werken  continu verandert.

Dit betekent ook dat als je het goed wilt doen, je je niet alleen op de korte termijn kunt richten. Ook daar zie ik een taak voor SDN: een helderder beeld geven van wat we doen op de korte termijn, en wat juist op de langere termijn om de moeilijkere dingen aan te pakken.

Die indeling in projecten voor de korte, de middellange en de lange termijn is belangrijk om consistent successen te kunnen laten zien, en is daarmee cruciaal voor de levensvatbaarheid van SDN.
Vandaar ook, dat we in het begin zeker gebruik zullen maken van bestaande pilots, programma’s, instituten, bedrijven en overheden. Als die maar aansluiten bij de SDN-ambities, de juiste energie er in zit, en er ook het commitment is om later de resultaten binnen het eigen netwerk te promoten om ze zo over Nederland te verspreiden. Al die partijen moet je dan wel vanaf dag 1 aan elkaar klinken, rond één onderwerp dan wel ambitie.

Projecten voor de korte termijn kunnen we ook gebruiken om SDN te testen: kunnen we leren van een project dat goed loopt, of kunnen we achterhalen hoe een minder goed lopend project het beter had gedaan met hulp van SDN? Daarbij kan het wel degelijk over kennisontwikkeling en innovatie gaan: die worden vaak met de langere termijn geassocieerd, maar spelen ook op de kortere termijn. Ik ben ervan overtuigd, dat er gebieden zijn – ik denk aan drones en artificial intelligence, maar er zijn er meer – waar binnen twee jaar tijd echt iets nieuws uit kan komen.

Maar het is net zo belangrijk dat we verder gaan met onze ambities te ontwikkelen voor de langere termijn. Er moet een goede balans zijn tussen de projecten voor korte, middellange en lange termijn.

Krijgt SDN nog een eigen gebouw met een mooi uithangbord?

Op dit moment staan formeel gesproken alle opties open: van een virtuele organisatie die netwerkt, tot een gebouw met eigen experimenteerruimten. Om maar even twee uitersten te noemen.
De tijd zal het leren, maar wat mij betreft gaat het  in eerste instantie niet om het creëren van iets totaal nieuws. Het gaat er om dat we het maximale halen uit wat we hebben, of het nu om mensen, assets of structuren gaat. De vraag die ik probeer te adresseren is wat er nu ontbreekt, opdat we dat met de SDN kunnen invullen.

Wil je nog iets meegeven of vragen aan de lezers?

Centraal voor SDN zal staan, hoe een idee verder te ontwikkelen, de resultaten te implementeren, en vervolgens de repliceren. Ik sta open voor ideeën over hoe je dat proces het best faciliteert!